‘Toen liet hij Barabbas voor hen los, maar nadat hij Jezus gegeseld had, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden’ – Matheus 27:11-26

Waarom noemen we deze dag goed?

De hogepriesters en de oudsten van het volk zijn al vroeg opgestaan om Jezus ter dood te veroordelen. Daar hadden ze niet veel tijd voor nodig. Alleen moest hun veroordeling nog wel worden goedgekeurd door Pilatus, die de Romeinse bezetter in Jeruzalem vertegenwoordigde. Nu staat Jezus daar, tegenover de Romein in wiens hand zijn lot rust. Het wordt een soort schijnproces, waarvan vanaf het begin geen goede gronden zijn om Jezus ter dood te veroordelen. Maar het moet toch gebeuren. Er staan te veel belangen op het spel.

BIJ DE VERTALING VAN 2 SAMUEL 23:3 en 4

Door J. van Eck

In 2 Samuel 23, vers 1 t/m 7 staan de ‘laatste woorden van David’ opgetekend. In de Herziene Statenvertaling lezen we daar:

1 En dit zijn de laatste woorden van David.
David, de zoon van Isaï, spreekt;
de man die hoog is opgericht, spreekt,
de gezalfde door de God van Jakob,
en lieflijk in psalmen van Israël.
2 De Geest van de HEERE heeft door mij gesproken,
en Zijn woord is op mijn tong.
3 De God van Israël heeft gezegd,
de Rots van Israël heeft tot mij gesproken:
Er komt een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige,
een Heerser in de vreze Gods.
4 Hij is als het licht van de morgen,
wanneer de zon opgaat,
een morgen zonder wolken;
als de glans na de regen,
die groen laat opkomen uit de aarde.
5 Hoewel mijn huis zo niet is bij God,
heeft Hij mij toch een eeuwig verbond gesteld,
in alles geordend en bewaard.
Voorzeker, daarin is al mijn heil en al mijn vreugde,
hoewel Hij het nog niet laat opkomen.
6 Maar verdorven mannen zijn alle als doornstruiken,
die weggeworpen worden;
want met de hand kan men ze niet pakken.
7 Maar ieder die ze wil aanraken,
voorziet zich van ijzer of hout van een speer;
ze worden ter plekke volledig met vuur verbrand.

In de verzen 1 en 2 en in de eerste helft van het derde vers spreekt David over zichzelf en over het gezag waarmee hij door God bekleed is. Met datzelfde gezag spreekt hij ook nu, op de grens van zijn leven. Vanaf de tweede helft van vers 3 lezen we dan wat hij Israël en de wereld voor zijn sterven nog meegeven wil.

In de verzen 3 en 4 horen we David spreken over ‘een Heerser over mensen, een Rechtvaardige’. Er zal een rechtvaardige ‘Heerser over mensen’ komen – lezen we – een Heerser met ontzag voor God, en met die Heerser zal een nieuwe tijd aanbreken, zoals wanneer na een donkere nacht de zon opgaat. Die Heerser zal ‘groen’ – nieuw leven – laten ‘opkomen uit de aarde’. Zo, ongeveer, lezen we in de Herziene Statenvertaling. Ook veel andere vertalingen gaan die kant op. In de christelijke uitlegtraditie wordt wat David over deze Heerser zegt in het algemeen betrokken op Christus.

Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God (Efeziërs 2:8)

Een tijdje geleden sprak ik op huisbezoek een man. Wij raakten al gauw in gesprek over het geloof. Op een gegeven ogenblik zei hij tegen mij: ‘Dominee, u moet niet denken dat ik ongelovig ben… ik geloof wel…!’ Ik vroeg hem: ‘Maar hoe bent u dan aan dat geloof gekomen?’ Het bleef een tijd stil. Op weg naar huis dacht ik: en zo lopen er veel mensen op het kerkelijk erf rond: ze geloven dat ze geloven.

Een lied Hammaäloth: Psalm 121.

In Ps.120 waren de pelgrims nog in Mesech. Dat is Bijbeltaal voor “ver weg van
God”. Met Ps.121 komt er beweging in. Zij zijn onderweg. En zo meteen, in Ps.122, komen ze thuis. “Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uw poorten in!” Ps.121 is vrolijk en bemoedigend, maar met ook iets van het moeilijke van het leven in zich.

“De Heere is uw Bewaarder, de Heere is uw schaduw aan uw rechterhand”. Zes keer in deze korte psalm is er sprake van ”Bewaren” of “Bewaker”. Daar gaat het dus om. Dat God ons bewaart. Hij zorgt voor Zijn duur gekochte bruidskerk. Hij bewaart, verzorgt en leidt haar. Wij zijn niet aan het lot overgeleverd, aan de domme kracht die je kan maken en breken. Maar wij zijn in Gods hand. Hij laat ons onderweg niet verongelukken. Wat Hij geroepen heeft, brengt Hij ook thuis.

Een lied Hammaälôth: Psalm 131.

De bekendste regel van de kerkvader Augustinus luidt: “Ons hart is onrustig in ons, totdat het rust vindt in U, o God!” Onze meditatie heet: “Rust vinden in God”.

De punten zijn:

  1. De ootmoed van David.
  2. De overgave van David.
  3. De oproep van David.

1.Deze psalm gaat over tevredenheid en vertrouwen en het je veilig weten bij God. Het is maar een korte psalm, maar je doet er heel je leven over om te leren wat er in staat. Ps.129 is de psalm van de grote benauwdheid die de pelgrims ondervinden (“Ploegers hebben op mijn rug geploegd”). Ps.130 is de psalm van Gods onzegbare liefde (“Maar neen, daar is vergeving!”). En Ps.131 is de psalm van de vrede die wij bij God vinden.

© Hervormde Gemeente Brandwijk 2020 Inloggen