BIJ DE VERTALING VAN 2 SAMUEL 23:3 en 4

Door J. van Eck

In 2 Samuel 23, vers 1 t/m 7 staan de ‘laatste woorden van David’ opgetekend. In de Herziene Statenvertaling lezen we daar:

1 En dit zijn de laatste woorden van David.
David, de zoon van Isaï, spreekt;
de man die hoog is opgericht, spreekt,
de gezalfde door de God van Jakob,
en lieflijk in psalmen van Israël.
2 De Geest van de HEERE heeft door mij gesproken,
en Zijn woord is op mijn tong.
3 De God van Israël heeft gezegd,
de Rots van Israël heeft tot mij gesproken:
Er komt een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige,
een Heerser in de vreze Gods.
4 Hij is als het licht van de morgen,
wanneer de zon opgaat,
een morgen zonder wolken;
als de glans na de regen,
die groen laat opkomen uit de aarde.
5 Hoewel mijn huis zo niet is bij God,
heeft Hij mij toch een eeuwig verbond gesteld,
in alles geordend en bewaard.
Voorzeker, daarin is al mijn heil en al mijn vreugde,
hoewel Hij het nog niet laat opkomen.
6 Maar verdorven mannen zijn alle als doornstruiken,
die weggeworpen worden;
want met de hand kan men ze niet pakken.
7 Maar ieder die ze wil aanraken,
voorziet zich van ijzer of hout van een speer;
ze worden ter plekke volledig met vuur verbrand.

In de verzen 1 en 2 en in de eerste helft van het derde vers spreekt David over zichzelf en over het gezag waarmee hij door God bekleed is. Met datzelfde gezag spreekt hij ook nu, op de grens van zijn leven. Vanaf de tweede helft van vers 3 lezen we dan wat hij Israël en de wereld voor zijn sterven nog meegeven wil.

In de verzen 3 en 4 horen we David spreken over ‘een Heerser over mensen, een Rechtvaardige’. Er zal een rechtvaardige ‘Heerser over mensen’ komen – lezen we – een Heerser met ontzag voor God, en met die Heerser zal een nieuwe tijd aanbreken, zoals wanneer na een donkere nacht de zon opgaat. Die Heerser zal ‘groen’ – nieuw leven – laten ‘opkomen uit de aarde’. Zo, ongeveer, lezen we in de Herziene Statenvertaling. Ook veel andere vertalingen gaan die kant op. In de christelijke uitlegtraditie wordt wat David over deze Heerser zegt in het algemeen betrokken op Christus.

Nu houd ik er niet van om in een preek allerlei geleerde opmerkingen bij de gebruikte vertaling te maken. Dat zou de indruk kunnen wekken dat vertalingen niet erg betrouwbaar zijn en dat alleen geleerde mensen de Bijbel werkelijk zouden kunnen begrijpen. De bijbellezer kan ervan uitgaan dat de vertalers hun best hebben gedaan en dat de weergave van de Bijbeltekst in grote lijnen juist is. Maar soms is er iets bijzonders aan de hand en in dit geval kun je dat als gewone bijbellezer ook aan de vertaling zien.

Als je de verzen 3 en 4 in de Herziene Statenvertaling wat preciezer bekijkt, dan zie je dat er veel woorden schuin gedrukt staan. Die schuin gedrukte woorden zijn door de vertalers toegevoegd om de zinnen ‘lopend’ te maken, zodat je ze gemakkelijk kunt lezen. Zo lezen we in vers 3 dat er een rechtvaardige Heerser ‘komt’. Maar de woorden ‘er komt’ zijn aangevuld door de vertalers en zo zijn er in deze verzen meer woorden aangevuld. Het is de vraag of deze aanvullingen nodig zijn. Mogelijk heeft David hier niet eens geprobeerd in lopende zinnen te spreken en heeft hij enkel losse woorden uitgestameld:

  • EEN HEERSER OVER MENSEN
  • EEN RECHTVAARDIGE
  • EEN HEERSER
  • VREZE (ONTZAG) VOOR GOD
  • ALS MORGENLICHT
  • OPGAANDE ZON
  • MORGEN
  • GEEN WOLKEN
  • NA GLANS – –
  • NA REGEN – –
  • GROEN UIT DE AARDE

Dit ziet er op het eerste gezicht vreemd uit, maar is het vreemd om aan te nemen dat David voor hij sterft even boven het aardse uit in de hemel van Gods heerlijkheid heeft kunnen kijken en dat hij zo overweldigd is door wat hij ziet dat hij daarover alleen maar in verwondering kan stamelen?

EEN HEERSER OVER MENSEN!
EEN RECHTVAARDIGE!

Wat ziet David hier? Of liever: Wie ziet hij hier? Het moet haast wel dezelfde zijn als degene over Wie wij hem in Psalm 110 horen spreken, waar door de HEERE tegen de Messias gezegd wordt: ‘Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben / tot een voetbank voor Uw voeten.’ Nemen we dat aan, dan mag David dezelfde Heer, vlak voordat hij het aardse leven verlaat, nog één keer in de ogen kijken om voor het nageslacht van Hem te getuigen: een Heerser vervuld van ONTZAG VOOR GOD, vervuld van Gods recht en Gods liefde, en die daar geen ogenblik van afgeweken is. Zo’n Heerser ziet David nu, in het licht van Gods heerlijkheid, een licht ZONDER WOLKEN. Op aarde zal de verschijning van deze Heerser – door zonneglans en regen heen – nieuw leven brengen: GROEN UIT DE AARDE.

Als we de tekst zo lezen, dan horen we David hier stamelen over een Heer die hij boven zich ziet. David moet zijn hele leven hebben beseft dat hij niet meer dan een aardse vertegenwoordiger van deze hemelse Heer was en dat hij ook in de vervulling van die aardse opdracht grotelijks tekort was geschoten. Over dat tekortschieten gaat het in vers 5, dat soms heel verschillend vertaald wordt (woorden van stervenden zijn niet altijd makkelijk uit te leggen). Duidelijk is dat het enige waarop David zegt te kunnen vertrouwen Gods trouw aan zijn verbond is.

Zo kom ik, net als de meeste christelijke uitleggers, ten slotte bij Christus uit, maar wel bij Christus zoals David Hem gezien heeft, en wat hij gezien heeft geeft Hij door opdat wij het geloven: dat Christus is gezeten ‘aan de rechterhand van God’. David zag Hem daar al voordat Hij naar de wereld kwam. En wij belijden dat Hij, nadat Hij het offer voor Gods wereld heeft gebracht, daar opnieuw zit: ‘zittende aan de rechterhand van God, de almachtige Vader’ en we geloven dat hij nog eenmaal terugkomen zal om heel Gods schepping met zijn leven te vervullen:

NA GLANS –
NA REGEN –
GROEN UIT DE AARDE –
en een hemel die eeuwig zonder wolken zal zijn.

Lexmond,
5-12-2019

Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God (Efeziërs 2:8)

Een tijdje geleden sprak ik op huisbezoek een man. Wij raakten al gauw in gesprek over het geloof. Op een gegeven ogenblik zei hij tegen mij: ‘Dominee, u moet niet denken dat ik ongelovig ben… ik geloof wel…!’ Ik vroeg hem: ‘Maar hoe bent u dan aan dat geloof gekomen?’ Het bleef een tijd stil. Op weg naar huis dacht ik: en zo lopen er veel mensen op het kerkelijk erf rond: ze geloven dat ze geloven.

Een lied Hammaäloth: Psalm 121.

In Ps.120 waren de pelgrims nog in Mesech. Dat is Bijbeltaal voor “ver weg van
God”. Met Ps.121 komt er beweging in. Zij zijn onderweg. En zo meteen, in Ps.122, komen ze thuis. “Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uw poorten in!” Ps.121 is vrolijk en bemoedigend, maar met ook iets van het moeilijke van het leven in zich.

“De Heere is uw Bewaarder, de Heere is uw schaduw aan uw rechterhand”. Zes keer in deze korte psalm is er sprake van ”Bewaren” of “Bewaker”. Daar gaat het dus om. Dat God ons bewaart. Hij zorgt voor Zijn duur gekochte bruidskerk. Hij bewaart, verzorgt en leidt haar. Wij zijn niet aan het lot overgeleverd, aan de domme kracht die je kan maken en breken. Maar wij zijn in Gods hand. Hij laat ons onderweg niet verongelukken. Wat Hij geroepen heeft, brengt Hij ook thuis.

Een lied Hammaälôth: Psalm 131.

De bekendste regel van de kerkvader Augustinus luidt: “Ons hart is onrustig in ons, totdat het rust vindt in U, o God!” Onze meditatie heet: “Rust vinden in God”.

De punten zijn:

  1. De ootmoed van David.
  2. De overgave van David.
  3. De oproep van David.

1.Deze psalm gaat over tevredenheid en vertrouwen en het je veilig weten bij God. Het is maar een korte psalm, maar je doet er heel je leven over om te leren wat er in staat. Ps.129 is de psalm van de grote benauwdheid die de pelgrims ondervinden (“Ploegers hebben op mijn rug geploegd”). Ps.130 is de psalm van Gods onzegbare liefde (“Maar neen, daar is vergeving!”). En Ps.131 is de psalm van de vrede die wij bij God vinden.

Een lied Hammaälôth

Het moeilijke van deze psalm is, dat hij te mooi is. Te mooi voor wie geen kinderen heeft en te mooi voor wiens gezin zo vredig altijd niet is. Het luistert wat gemakkelijker als je deze psalm vanuit het slot, “Vrede over Israël!”, leest. Niet over ons privé- en gezinsgeluk gaat het hier in eerste instantie, maar over het geluk van de gemeente. Als je deze psalm te persoonlijk uitlegt, erger je je.

© Nederlands Hervormde Gemeente Brandwijk 2019 Inloggen