Ga naar de inhoud

Ten slotte

Maandag 24 jan. hebben we tijdens de kerkenraadsvergadering afscheid genomen van drie broeders en ook drie broeders mogen verwelkomen binnen onze raad. Ik ben heel dankbaar dat we met elk van deze broeders zo in eensgezindheid mochten optrekken en met de nieuwe broeders mogen gaan optrekken. Eensgezindheid betekent niet dat je het altijd en overal met elkaar eens bent, en nog minder dat je allemaal hetzelfde bent, maar wel dat je ‘één van zinnen’ bent. We hebben onze ‘zinnen’, ons ‘verlangen’ op hetzelfde gezet: de Heere te dienen en daarin het beste voor de gemeente te zoeken. Dat mogen we doen met gevouwen handen, een open Bijbel en een verwachtend opzien naar Christus, Die het Hoofd van de gemeente is. Het is heerlijk om met elkaar samen te mogen werken en ik zie uit naar alles wat we nog samen mogen doen. Wie zal ons zeggen wat ons als gemeente de komende vier jaar te wachten staat? Een nieuwe herder en leraar? We kunnen nog niet eens één dag vooruit kijken. Niets is in dat opzicht zeker. Wat wel zeker is: Christus wandelt tussen Zijn gemeenten, en houdt de sterren in Zijn rechterhand. Daar mogen we elkaar als gemeente en kerkenraad telkens aan herinneren en mee bemoedigen. Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad