Ik sluit de berichten van deze week af met een klein gedichtje van Guido Gezelle (1830-1899). Het heet “Gelukkig hij die bidt en waakt”.

Gelukkig hij die bidt en waakt,
en tot de dood hem (zich) veerdig maakt:
komt zij dan vroeg, of komt zij laat,
subit of traag, of zacht of kwaad,
zij vindt hem altijd wel bereid,
en leidt hem tot de zaligheid.

Met een hartelijke groet,
uw ds. J.A.H. Jongkind