Wij besluiten dit gemeentebericht met twee (bijna) laatste strofen van het gedicht “Bij het kruis” van Willem de Mérode:

Aanzie, aanzie mijns harten rouw
En ken, die U niet kennen wou.
En gun uw fellen moordenaar
Een woord van troost, een enkel maar.

Ik weet wel, dat Gij mij bemint,
Maar ach, een ongehoorzaam kind
Zal schreien en niet zijn gerust
Eer `t is getroost en afgekust.

Met een hartelijke groet van uw ds. J.A.H. Jongkind.