Wij sluiten dit bericht af met een klein gedichtje van Willem de Mérode (1887-1939) uit de “Verzamelde gedichten” (Baarn 2001):

Wil mij vertroosten met Uw mededogen,
Houd Uw gelaat niet streng en onbewogen,
Strek naar `t verwilderd kind Uw armen uit
En het komt snikkend aan Uw hart gevlogen.

Met een vriendelijke groet,
uw ds. J.A.H. Jongkind.