Wij sluiten dit bericht af met de twee laatste strofen van het gedicht “De zoon” van Willem de Mérode (1987-1939):

Mocht ik naar uw omarming wederkeeren,
Nam uw gena den looden last mij af!
Neem mij als knecht, wees gij mijn harde heere,
Loon mij met `t deel, dat ge eens uw slaven gaf.

En moet uw recht mijn roekloosheid verdoemen,
Red me uit den poel van dit gewis verderf.
En laat mij u nog eenmaal váder noemen,
En noem mij eenmaal zóon, aleer ik sterf.

Met een vriendelijke groet,
uw ds. J.A.H. Jongkind.