Met de voorbereidingspreek over 2 Kron. 19:4-11 kwamen wij uit op “En de Heere zal zijn met hem die goed is”. We zijn daar misschien van geschrokken. Wij zeggen: “Ik ben niet zo goed”. Maar wij kwamen ook uit bij de hoofdpriester of de hogepriester. Wij kwamen dus ook uit bij onze Heere Jezus Christus. Deze Hogepriester is het die het voor niet-goede mensen goed maakt, omdat Hij hun zonde verzoent. Ons “goed” is geen ander goed dan het “goed” dat wij hebben in de Hogepriester Jezus Christus. Het “goed” dat ons deel is in het geloof. Dan kunnen wij niet ten Avondmaal komen; en toch ook weer wel! Met een hartelijke groet,
uw ds. J.A.H. Jongkind.