Als we vraag en antwoord 81 van de Heidelberger in ogenschouw nemen, zijn er drie kenmerken waaraan de oprechte avondmaalsganger voldoet. Naar het Avondmaal ga je, als het goed is, ten eerste met verdriet over je zonden. Ten tweede met een oprecht geloof in Jezus Christus. En ten derde met liefde voor het dienen van God. Wat dat eerste betreft: naar het Avondmaal gaan, is God bij te vallen in Zijn oordeel. “God, U hebt een hekel aan de zonde en daarom ik ook!” Wat het tweede betreft: Het echte zelfmishagen neemt de toevlucht; nee, niet tot de wanhoop, maar tot Christus en tot Zijn genade. Wij bedenken: “Uiteindelijk maakt niet ons zelfonderzoek ons zalig, maar de liefde van de Heere Jezus die genadig naar ons omziet”. Wat het derde betreft: “Je leven beteren” is niet, dat je bijv. zoveel niet meer drinkt, maar dat je je elke dag weer tot Christus bekeert. Wij worden niet alsmaar “beter”, maar we groeien in het “minder worden”. Met een vriendelijke groet,
uw ds. J.A.H. Jongkind.