Onlangs hoorde ik tijdens een huisbezoek iemand zeggen, toen het gesprek over onze gemeente ging: ‘We zijn aan elkaar gegeven.’ Die woorden bleven bij mij hangen. Want ja, zo is het ook. We hebben elkaar niet uitgekozen. We zijn aan elkaar toevertrouwd. Dat roept een vraag op: hoe zijn wij dan gemeente met elkaar? Koud, lauw of vurig van geest? Peinzend keek ik omhoog. Wat zag ik? Een zwerm ganzen, zoals je die in de winter zo vaak kunt waarnemen boven ons dorp in de Alblasserwaard. Op weg naar verre oorden vliegen zij in een indrukwekkende V-formatie. De vleugelslag van iedere vogel geeft als het ware een duwtje aan de gans die daar direct achter vliegt. Er is eens berekend dat een gans die in formatie vliegt wel 71 procent verder kan komen dan wanneer hij alleen vliegt. Als de voorste vogel moe wordt, neemt een andere zijn plaats in. En voortdurend laten de ganzen hun geluid horen, alsof ze elkaar aanmoedigen om vol te houden. Wanneer een gans ziek wordt of gewond raakt, volgen er twee naar beneden om hem te beschermen en bij te staan, totdat hij weer verder kan. Ganzen in formatie. Zou dat een beeld kunnen zijn van onze gemeente? Nogmaals hef ik mijn ogen omhoog. Ver boven de ganzen zie ik, met ogen van het geloof, de zegenende handen van de Heere Jezus. Elke zondag mogen wij als gezegende mensen weer naar huis gaan. Hij leert ons wat het betekent om ‘gemeente van Christus’ te zijn: een hechte gemeenschap, zorgzaam en omziend naar elkaar, bewogen en trouw. Elkaar tot een hand en een voet zijn. Gevouwen handen en voeten onderweg. Samen op weg naar het Vaderhuis, naar de altijd durende Vreugde, de ware Vrijheid en de eeuwige Vrede. Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad