Zondagmorgen ging het in de prediking over de dag van het oordeel. In gedachten neem ik u mee naar de hemelse rechtszaal. Want op de jongste dag zal daar de allergrootste rechtszaak aller tijden gehouden worden. Een megaproces. Ik zie de hemelse Rechter plaatsnemen op de rechterstoel. En alle mensen zitten in het beklaagdebankje. Ja, als ik goed kijk, zie ik u en jou en mijzelf daar zitten. Het proces gaat beginnen. Het appèl nominaal wordt gehouden. De hemelse Rechter noemt mijn naam. En de griffier overhandigt Hem mijn dossier, waarin mijn hele leven beschreven staat. De aanklager krijgt het woord. Hij leest een hele lange waslijst van zonden voor… al mijn lelijke woorden, al mijn boze daden, al mijn kwade gedachten passeren de revue. Aan het einde van zijn betoog formuleert de aanklager de strafeis: Hij zegt: deze verdachte is des doods schuldig. Ik buig beschaamd mijn hoofd, want diep in mijn hart weet ik dat ik schuldig ben, dat ik deze straf verdiend heb en de hemelse Rechter mij ter dood moet veroordelen. Maar hoor… daar klinkt in de rechtszaal de stem van mijn Advocaat! Het is de stem van mijn Heere Jezus. Op Hem heb ik mijn vertrouwen gevestigd. Ik hef mijn hoofd weer op en luister aandachtig naar wat Hij zegt: Edelachtbare, Ik ontken niet dat Mijn cliënt schuldig is. Integendeel: alles wat de aanklager gezegd heeft, is waar en de eis is terecht. Toch pleit Ik de verdachte vrij! Want de straf, die Mijn cliënt verdiend heeft, is reeds door Iemand gedragen. En omdat niemand voor dezelfde misdaad twee keer gestraft kan worden, verzoek Ik U Mijn cliënt gratie te verlenen. Het wordt doodstil in de rechtszaal… De hemelse Rechter doet uitspraak. Hij zegt: Deze verdachte is schuldig, maar op grond van boek 23, hoofdstuk 53, lid 5b spreek Ik hem toch vrij! Met verwondering, diep ontzag en grote dankbaarheid kijk ik mijn Advocaat aan. Het is Hem gelukt mij vrij te pleiten. Op grond waarvan? Boek 23 is het boek van Jesaja. En in hoofdstuk 53 vers 5b staat: de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem! Aan het middelste kruis op de kruisheuvel Golgotha vond een wonderlijke ruil plaats: daar hing Jezus, maar daar had ik moeten hangen. Maar Jezus nam mijn plaats in en nam mijn straf over! Mijn hart springt van vreugde op. En aan de voet van het middelste kruis zing ik vanuit de grond van mijn hart met de dichter van Psalm 32 mee:
Welzalig is de mens, die ’t mag gebeuren,
dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren.
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad