Het gebarsten kruikje. Ik kan eigenlijk niet zoveel. Wat ik doe, stelt niet veel voor. Anderen kunnen het veel beter. Denkt u dat ook weleens? Lees dan het volgende verhaal. Er was eens een oude waterdrager in het verre oosten die elke dag water haalde uit de rivier. Hij droeg twee grote kruiken aan een juk over zijn schouders: één kruik was perfect en hield al het water vast, terwijl de andere een barst had en onderweg water verloor. Elke dag, als de man thuiskwam, was de gebarsten kruik maar halfvol. Na jaren van dienst sprak de gebarsten kruik met verdriet tot de waterdrager: “Ik schaam me. Door mijn barst verlies ik zoveel water. Ik ben niet zoals de andere kruik, die al het water vasthoudt. Waarom blijf je mij gebruiken?” De oude waterdrager glimlachte en zei: “Morgen zal ik je iets laten zien.” De volgende ochtend, terwijl ze terugliepen van de rivier, wees de man op de kant van het pad waar de gebarsten kruik altijd water verloor. “Kijk eens goed,” zei hij. De kruik keek naar beneden en zag een strook van prachtige bloemen en groen gras langs het pad groeien. “Ik wist van je barst,” vervolgde de man, “dus ik plantte zaadjes langs jouw kant van het pad. Elke dag gaf jij ze water, zonder het te beseffen. Dankzij jou is dit pad vol leven en schoonheid.” De kruik was stil en voelde zich niet langer gebroken, maar gezegend.
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad