We denken aan de zieken in onze gemeente. We denken ook aan gezinnen waar zorgen zijn. Ouder zijn betekent liefhebben, en wie liefheeft, maakt zich zorgen. Dat begint al vroeg, wanneer kinderen klein en kwetsbaar zijn, maar het houdt niet op als ze groter worden. Ook ouders van volwassen kinderen kunnen wakker liggen: over keuzes die gemaakt worden, over gezondheid, geloof, werk of relaties. Soms zijn die zorgen zichtbaar en bespreekbaar, soms worden ze in stilte meegedragen. In de Bijbel zien we hoe God oog heeft voor die ouderlijke zorg. Hij kent ons hart en weet hoe diep de verbondenheid met onze kinderen gaat. Juist wanneer we merken dat we het niet kunnen oplossen of sturen, worden we uitgenodigd om los te laten en het aan Hem toe te vertrouwen. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een weg waarop we niet alleen hoeven te gaan. Laten we ook hierin oog hebben voor elkaar: ruimte bieden om zorgen te delen, voor elkaar bidden en elkaar eraan herinneren dat onze kinderen – jong of oud – uiteindelijk in Gods hand zijn. Laten we daarbij voortdurend pleiten op Zijn verbondsbeloften, de Heere smeken hun harten te veranderen en hen te helpen met en voor de Heere Jezus te leven.