N.a.v. Hebr.11:31:

“Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen”.

Wij lezen hierbij Jozua 2:1-18a en Mt.1:1-6

Rachab is een van de voormoeders van Christus. In Hebr.11:31 slaat ook op haar het refrein: “Door het geloof”. Maar waarom is Rachab als enige van Jericho niet omgekomen toen de stad werd verwoest? Het ligt voor de hand om te denken, dat dat was om haar wijsheid en omdat zij uitblonk door een ernstig leven. Maar de Bijbel plaatst haar niet zomaar zondermeer in de categorie van de hoogstaande mensen; maar de Bijbel noemt haar “de hoer”. Deze vrouw wordt er uitgehaald als Jericho wordt vernietigd. Een aanstootgevende gedachte is dat. Heel wat betere mensen zullen er in die dagen geweest zijn die niet werden gespaard. Men heeft haar beroep dan ook dikwijls wat netter gemaakt. Rachab werd algauw een horecaonderneemster. Maar het is de hoer Rachab die door God werd gespaard. Dat is juist ook de blijde boodschap, dat Hij zo werkt.

In vijf punten laten wij iets zien van Rachabs geloof.

1.Het belangrijkste is, dat zij m.b.t. de wonderen van de God van Israël het gerucht heeft gehoord. Zij heeft het gehoord en het heeft haar aangegrepen. Een geweldige schrikreactie heeft het in haar gewekt. Het land Kanaän zal Israël gaan toebehoren. Het behoort dat volk zelfs al toe. “Ik weet, dat de Heere u dit land heeft gegeven”. Net alsof het zo ver al is. Rachab gaat niet af op haar ogen, maar op wat zij hoort. Belangrijker voor Rachab is dat wat ze hoort dan dat wat ze ziet. Dat is altijd zo in het geloof. Niet om wat wij zien en berekenen kunnen, gaat het in het geloof, maar om wat wij horen. Rachab sloeg de schrik om het hart. Rachabs angst heeft haar tot inkeer gebracht. Als wij van de zonde niet schrikken, blijft het allemaal bij het oude met ons. Maar wanneer wij er van schrikken, zien wij hoe nodig God voor ons is. Als je schrikt van God kun je er twee kanten mee op. Je kunt je bewapenen en de poort sluiten zoals al Rachabs medebewoners hebben gedaan. Maar de andere mogelijkheid is, dat je je wapens neerlegt. Dat je Hem vraagt om genade.

2.De tweede eigenschap van Rachabs geloof is dat zij voor het volk van Israël kiest. Er zijn mensen die haar een verrader vinden die haar eigen volk niet volhardende steunt. Maar zo is het toch niet. Zij heeft God beleden als haar Heere voor wie er geen grenzen tellen. De God van Israël is de God van de hele wereld en die ook dus de God van Jericho is. Rachab is geen landverrader. Maar het is juist haar geloof dat ze voor het volk van Israël partij kiest. Voor dat volk waar ze niet door in de watten zou gelegd worden en te midden waarvan zij een vreemdeling bleef. Maar omdat zij van de God van Israël Zijn machtige daden gehoord heeft, kiest zij voor dat volk. U en ik staan voor dezelfde keuze. Ook tot ons komt het woord “met bevel van geloof en bekering”. Maar uiteindelijk betekent dat, dat je geen keuze meer hebt. Rachab zal het er moeilijk mee hebben gehad. Zij stond wel al wat terzijde van haar eigen mensen door het vak dat zij heeft uitgeoefend; maar dat neemt niet weg, dat alles wat zij had daar toch lag. Rachab valt een vreemde God toe. En een vreemd volk. Als je gaat geloven, word je altijd wat een “abnormaliteit” onder de mensen. Ook in je schoolklas. Want je hoort bij waar niemand bij hoort. Maar je hoort bij Gods volk. “Uw volk is mijn volk!”

3.Het derde is de barmhartigheid van Rachab. Haar medemenselijkheid. Zij kiest (want ze had niets meer te kiezen) voor een ander volk, maar schrijft niet haar oude volk af. Zij denkt niet: “Als ik het maar heb en als ik maar zalig mag worden”; maar ze denkt ook aan haar eigen mensen. Aan haar vader en haar moeder en haar broers en aan de rest van de familie. Daar voelt zij zich verantwoordelijk voor. Zij vraagt ook om gratie voor hen. Dat is niet in ons te prijzen als wij goed zijn voor de hele wereld, maar wij zijn voor onze allernaasten niet goed. Je begint in de liefde altijd dicht bij de deur.

4.Rachab gelooft op het Woord, maar zij vraagt om een teken. Als zij een scharlakenrood koord aan haar venster bevestigt, zal haar huis worden gespaard. U en ik hebben nu niet aan onze huizen meer een scharlaken koord zoals zij. Maar ons snoer zijn de twee sacramenten. De Doop en het Avondmaal zijn ons een teken dat God het ook doen zal wat Hij heeft beloofd. Telkens in de dagen daarna zal Rachab naar dat koord gekeken hebben. De wind speelde er mee. Zo werd zij vertroost.

5.Op de valreep, maar wel heel belangrijk, is dat het geloof ook vol fantasie is en ijverig is en slagvaardig. Die verkenners loodste Rachab handig weg en heeft zo hun leven gespaard.

 

Rachab mag van de Heere Jezus een stammoeder zijn. Omdat God de God is van de zondaars. En van u en van mij.

 

Brandwijk                                                                                                                   J.A.H. Jongkind