“Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden” (Mattheüs 6:33).

Boven de overdenking staat: “God zorgt voor Zijn kinderen”. De punten zijn:

  1. Wat dat niet is.
  2. Wat dat wel is.
  3. Wat daar de zegen van is.
  1. O, het is wel prachtig, als de Heere Jezus ons de vogelen des hemels ten voorbeeld stelt. Maar is dat ten diepste voor moderne, drukke mensen niet totaal onbruikbaar? Want zo argeloos en ongecompliceerd beleven wij dat nu niet meer. En de Bergrede als zodanig lijkt ook niet echt iets voor deze wereld te zijn. Het lijkt alleen maar toekomstmuziek. Het staat, naar wij denken, ver van de barre werkelijkheid. Hoe kan Jezus dit nu alles zeggen? En wij denken, dat dit toegepast moet worden op het leven op de nieuwe aarde. Want dan zal er geen werkdruk meer zijn. En dan is er geen bezorgdheid meer of ongerustheid. Maar dan is er vrede en ontspanning. En dan is mijn gejaagdheid en verscheurdheid voorbij. Maar wij weten er hier eigenlijk geen raad mee. Maar de Heere Jezus weet dat. En Hij heeft ook zelf niet in een lichte, idyllische wereld geleefd. Hij zegt meteen al aan het begin van de Bergrede wie Hij allemaal om zich heen ziet. En dat blijken de treurenden en de ontrechten te zijn. En de Heere Jezus weet ook heel goed, dat er voor ons eten en drinken hard moet worden gewerkt. Hij bedoelt dus niet: “Laat Gods water maar over Gods akker lopen.” En dat wij niet ijverig onze voorzorgen moeten nemen. Maar Hij bedoelt, dat wij niet als de heidenen moeten leven. Want die gaan in hun werken en vooruit te proberen te komen helemaal op. Die willen zelf doen wat ze niet van God verwachten. En ook wij proberen ons in te dekken tegen de toekomst. Maar wij lossen daar helemaal niets mee op. En in dat verband worden ons de vogels en de bloemen ten voorbeeld gesteld. En het is niet zo, dat de vogels m.n. helemaal niet iets doen. Want die bouwen een nest en zoeken voedsel. Maar het is wel zo, dat ze niet doen wat ze niet kunnen. Zaaien en maaien kunnen ze niet. Maar wij willen altijd doen wat wij niet kunnen. En dat is verkeerd. Wij moeten niet ons vertrouwen op onze eigen kracht stellen, maar alleen maar op God.
  2. “Maar zoek eerst het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.” Jezus zegt: “Dat moet uw eerste zorg zijn; en dan krijgt u verder alles wat u nodig hebt als een toegift. Dat is de dertiende maand.” En zo is het: het eigenlijke en het geluk van ons leven bestaat niet in wat wij doen, maar in wat Christus ons geeft. Ja, wij zoeken wat af. En wat er ons aan mogelijkheden voor wordt gespiegeld, is haast oneindig. Maar de Heere Jezus ziet daar het lege en gevaarlijke van. “Maar zoek eerst het koninkrijk der hemelen.” En als dat onze eerste zorg is, is het ook onze enige zorg. Want elke andere zorg valt dan weg. Als wij zelf het geluk proberen te bereiken, grijpen we mis. En zeg nooit: “Het zal zonder God ook wel gaan.” Het gaat zonder God niet. Arm zijn wij en ongelukkig, als we met de last van onze schuld en onvervuldheid blijven lopen. Maar de Heere Jezus kan die overnemen. Nee, u moet niet meedoen met de competitie: “Hoe word ik rijk?” Maar u moet uw arme leven in Gods handen geven. Want alleen dan bent u veilig.
  3. Het leven met de Heere Jezus is een mooi, goed leven. Dat is pas echt leven. En Hij maakt ons rijk. En vat dat “Eerst”  uit de tekst eens letterlijk op. Want dan wordt het licht. En dan denkt u niet: “Hup, uit bed! Ik moet mij haasten!” Maar u denkt: “Eerst zal ik bidden!” En hoe drukker u het hebt, hoe meer dat u bidt. U gaat die dag een heleboel mensen ontmoeten. Want u hebt uw gezin of uw school of uw zaak. Maar u wilt eerst God ontmoeten. En u zegt: “Wilt U mij helpen?” En u belijdt uw afhankelijkheid. En u overlegt en u zorgt en u werkt, maar u laat het de Heere toch doen. En ik zou dat “Eerst” behalve op de vroege morgen van iedere dag ook op de vroege tijd van onze jonge jaren willen doen slaan. Want een militair leert het vak, als hij 18 of 19 is. En zou een soldaat van Jezus Christus daar dan later mee beginnen?! Nee, jij moet niet “Later!” zeggen. “Later” is altijd “Te laat!” En wij worden niet overvraagd. Want wij zoeken ook Hem wel. Maar Hij zoekt eerst ons. En dan komt er een groot vertrouwen. Dat vertouwen dat in Zondag 9 van de Heidelberger heet: “Op welke ik alzo vertrouw, of Hij zal mij met alle nooddruft verzorgen; en ook alle kwaad mij ten beste keren.” Dat is niet een rekensom. Dat is kindertaal. Taal van een kind dat geen kwaad wil horen van zijn Vader. En zo leven wij niet zorgeloos, maar wel onbezorgd. Waarom zijn wij altijd zo bezorgd? Wij zijn zo bezorgd omdat wij ons leven willen veilig stellen. Maar het is alleen bij God maar veilig. Of weet u dat niet? En het einddoel is de grote dag van Christus, als er geen spanningen en ziekten meer zijn. En Die gisteren en vandaag voor ons gezorgd heeft, zou Die dat ook morgen niet doen?!