“Twee zijn beter dan een;…en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken” (Prediker 4:9a en 12b; een indruk van een trouwpreek).

De Prediker heeft zijn hele leven nauwgezet wat er omgaat in de wereld doorzien en doordacht. En wat hij gezien heeft, was gemeenlijk niet zo vrolijk. Hij heeft daar in het boek dat naar hem genoemd is verslag van gedaan. Zijn boek heeft een wat sombere toon. Sommige mensen houden dan ook helemaal niet van hem. Zij vinden hem een negatieve persoon. Maar ik ben toch blij, dat ook hij in Gods woord zijn stem doet horen. En dat hij ons op zijn geheel eigen manier van Christus vertelt.
Het huwelijk is een blij gebeuren. En de liefde geeft er glans aan. Maar het huwelijk is ook iets ernstigs. Want je neemt het samen op tegen de bange machten, als je een huwelijk sluit. Het is dan ook tekenend, dat een Joodse man op de dag van zijn trouwen onder zijn pak zijn doodshemd aan heeft. D.w.z., dat hij op de dag van zijn trouwen met de dag van zijn sterven rekent. Want al onze tijd is een strijd. De zonde heeft ons leven ingewikkeld gemaakt.
“Twee zijn beter dan een”. Als je maar alleen bent, denk je dikwijls meer dan wanneer je iemand anders om je heen hebt: “Wat is de betekenis van mijn zwoegen en waar doe ik het voor? Want ik heb geen kind of broer of zuster die ik er mee blij kan maken”. “Twee zijn beter dan een”. Dat is wel een waarheid die voor heel veel meer terreinen van het leven opgaat. Want wat moet de dokter zonder de verpleegster?! En wat moet een sportman zonder trainer?!Dus dit woord heeft een veel wijdere strekking dan dat het alleen maar op het huwelijk slaat. Maar ik denk, dat het huwelijk hier toch het meest sprekende voorbeeld van is. De Prediker vindt dat zelf ook. Wat speels laat hij ons dat merken, als hij over dat samen neerliggen en warm worden spreekt.
“Twee zijn beter dan een”. Te gaan trouwen is “op weg gaan samen”. En die weg staat voor het leven. Je struikelt op je weg wel eens. Er gaat in je leven wel eens wat mis. Wat is het dan een zegen, als je struikelt, maar die ander laat jou toch niet vallen, maar die zet jou weer overeind. En gelukkig: als de ene in het donker zit, ziet de andere meestal toch nog wel weer wat licht. En gedeelde vreugde is dubbele vreugde en gedeelde smart halve smart.”Twee zijn beter dan een”. Dat is wat “in den beginne” ook al is gezegd. “Het is niet goed, dat de mens alleen zij; maar Ik zal hem een hulpe geven die als tegenover hem zij”. Modernere vertalingen zeggen: “Ik zal Adam een hulp maken, die bij hem past”. Maar dat “Die als tegenover hem zij” is een schot in de roos. Want dat duidt er op, dat de vrouw ook als tegenspeelster van de man is bedoeld. Zij legt hem niet aan de ketting. Zij verbetert hem niet. Maar zij is wel iemand, die hem tegenspel biedt. Zij knikt altijd geen “Ja”. En dat is wederzijds. Wat heb je aan een man of vrouw die altijd “Ja” knikt?!
“Twee is beter dan een; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken”. Die eerste en die tweede draad; dat zijn wij. Maar die derde; wie is dat dan? Ik denk wel, dat we kunnen zeggen, dat dat God is. Want het is te schraal, als je zegt, dat dat het geld als bindmiddel is of dat dat de kinderen zijn. En het is met God alleen ook maar goed. God kan alleen ons met elkaar ook maar gelukkig maken. Dat kun je zelf niet. Maar dat moet van boven komen. Van God. Je zegt op je trouwdag niet: “We gaan er samen wat van maken”. Maar je weet slechts kwetsbare mensen te zijn. Christus moet de bron van de liefde van het huwelijk zijn. Zonder Christus zijn we alleen. Als je getrouwd bent zelfs ook nog alleen. Maar de Heere Jezus neemt de oorzaak van onze eenzaamheid weg door de zonde te verzoenen. Wij moeten in het huwelijk maar heel dicht leven bij Hem. En wij moeten elke dag weer vragen om vergeving. En met Hem de weg gaan. Dan is het niet zo, dat wij er eerst samen zijn en dat onze Heere Jezus er dan extra bij komt. Of dat Hij er zo nu en dan wel eens bij wordt gevraagd. En dat Hij dan goed mag keuren wat wij zelf al hadden gedacht. Maar dan mogen wij (precies andersom dus) bij Hem wonen. Dan zijn wij wel kwetsbare mensen; maar dan gaan wij in de kracht van Christus met moed onze weg. Wat geweldig is het om aan elkaar zo gegeven te zijn. En om samen van de Heere Jezus te zijn. Het is tenminste te hopen, dat dat zo is. Of dat dat zo wordt. Wij mogen ons steeds weer aan de Heere Jezus toevertrouwen. Hij stuurt ons niet weg. Veel trouwer dan dat wij zijn, is Hij. Zijn groet en zegen, als je trouwt ,luidt: “Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld” (Mt.28:20). Daar tornt Hij niet aan. Want bij Hem geldt wat bij de mensen altijd niet geldt: “Beloofd is beloofd!”

In een groot warenhuis zei een moeder tegen haar kleine meisje: “Als we elkaar kwijtraken, moet je naar dit plekje bij de roltrap toe gaan. Want daar ben ik dan ook”. En zo spreken twee mensen als ze op hun trouwdag in de kerk zijn het af: “Als we elkaar in het leven ooit kwijt mochten raken, vinden we elkaar hier, bij God, weer terug. Hebben we dat goed afgesproken? Ja, dat hebben we goed afgesproken!”

Brandwijk J.A.H. Jongkind