“En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?” (Handelingen 2:8).

De punten die als leidraad dienen zijn:

  1. De geestelijke communicatie is door de zonde stilgevallen.
  2. De geestelijke communicatie is door de Heere Jezus hersteld.
  3. De geestelijke communicatie wordt in het geloof beoefend.

1. Ik draai wel eens een nummer. En dan krijg ik soms een voice-mail. En dan word je geacht om te praten tegen het niets. Maar dat doe ik toch maar; want je boodschap moet je tenslotte wel kwijt. Ondanks de techniek, of zelfs door de techniek, zijn wij dikwijls onbereikbaar. Maar de echte communicatie of miscommunicatie is niet slechts een kwestie van de techniek en van onze woorden; maar die is vooral een zaak van ons hart. Onbedoeld zijn wij dikwijls ver van elkaar verwijderd. Zomaar kan dat gebeuren, dat een groter wordende jongen er onder lijdt, dat zijn vader nooit eens echt met hem praat. En er is soms in een huwelijk ook geen diepe verbondenheid meer in de wederzijdse woorden. En soms stokt het gebed. Ons mens-zijn is dan uit de rails gelopen. Want wij zijn juist geschapen om te communiceren met God. En wanneer wij bidden, zijn wij dus het meest mens. Maar het bidden stokt soms door de zonde. Dat gebeurt, als wij de Heere God maar laten praten en een eigen weg gaan.

2. Het meest saillante van dit hoofdstuk zijn de namen van de verre streken die daar worden genoemd. Van al die genoemde streken hebben er vanouds Joodse mensen met het feest van Pinksteren bij de tempel verkeerd. Duizenden Joden leefden buiten het eigen land. En ze hadden daar hun arbeid en verantwoordelijkheid. En zeer velen pasten zich aan de cultuur van het land waar zij woonden helemaal aan. Maar er waren er ook die een groot heimwee hadden naar het land van herkomst. En die spaarden om de meestal niet goedkope reis naar Jeruzalem nog eens te kunnen maken. En wanneer men rijk genoeg was, kon men in het oude land gaan rentenieren. En die mensen zijn, toen de Geest van God werd gezonden, in de stad aanwezig geweest. De hele wereld vertegenwoordigden zij. Ook de wereld van de generaties die nog na hen zouden komen. En de wereld van u en van mij. Die mensen hoorden niet alleen zoiets als een storm; maar ze hoorden vooral in hun eigen taal het evangelie. Die wind en die vlammen zeiden ook wat. Maar die talen zijn het grootste teken. Want die zeggen waarom het ten diepste op Pinksteren gaat. Dat het er om gaat, dat wij in onze taal mogen horen wat het betekent wat de Heere Jezus voor ons heeft gedaan. En dat dat ons allerpersoonlijkst en intiem wordt gezegd. Omdat dat in ons dialect wordt gezegd. En dus middenin wat ons het meest vertrouwd is. Jezus zegt: “Uw strijd en uw moeite en uw zonde weet ik. En Ik neem het verbroken contact met u op”. En het geheim van het opgeheven worden van de miscommunicatie is de Heere Jezus. Jezus was zo eenzaam als niemand ooit was. En de Vader stond als met Zijn rug naar Hem toe toen Hij aan het kruis om Hem riep. Maar omdat Zijn eigen Zoon de straf heeft gedragen, wil de Vader weer goed op ons zijn.

3. Op de dag van Pinksteren zet het werk van de Heere Jezus zich door. Het is het machtige talenwonder bij de komst van de Heilige Geest waarin God laat zien, dat Hij de God is van de hele wereld en van alle mensen. Zij die Jezus verwachtten waren in Jeruzalem eendrachtig bijeen. Zo is het met de gemeente nu nog. Die wacht op Christus en de Heilige Geest. Stemmen onze gemeenten daarmee overeen? Als de eensgezindheid ontbreekt, staat de gemeente open voor meningen, die niet naar het woord zijn. Als er onder ons twist is en miscommunicatie heeft de duivel vrij spel. Dan is er een open deur voor de zonde. Dan wordt de gemeente verstrooid. Maar hoe machtig de duivel is; Jezus is nog veel machtiger. Die heeft alle macht ontvangen. Nee, de volmaakte eenheid en het diepste elkaar begrijpen, zonder misverstanden, zal het op deze aarde nooit zijn. Maar wanneer de Geest werkt, gaan de deuren naar het hart van onze medemensen open. En wij gaan weer bidden; ook al hadden wij het verleerd. De wereld is vol spanning en angst. Maar de Geest spreekt van Gods grote daden. Als ik het hoor, word ik klein. En de Heere wordt groot. En dan is het niet zo, dat de Heilige Geest alle kerkelijke en familiale dingen zomaar voor ons oplost. Maar wij bluffen en blaffen elkaar niet meer af. En we zien het zo ineens gebeuren, dat een vader weer het hart van zijn kinderen zoekt. En dat een vrouw en een man elkaar weer nader komen in de weg van Christus. En wij komen ontwapend, met de witte vlag van de vrede, onze loopgraven uit. En wij spreken tot elkaar in de Geest van Christus. En dat is, omdat je je medemens graag gelukkig wilt zien. En er is geen oppervlakkigheid in onze woorden; maar welleven, teerheid en ernst. Dat is Pinksteren. Dat is de geestelijke communicatie, die wordt beoefend in het geloof.

Brandwijk J.A.H. Jongkind