Als “Ten slotte” citeren wij een enkele zin van onze voorbereidingspreek over Ps.120: “Een vreemdeling moet je wel worden. Dat word je, als God ingrijpt en jij leerde bukken. Er is wat gebeurd. Wat is er gebeurd? Nu, dat weet ik zo precies niet, zegt u, Maar er is wat gebeurd. Eerst kon mijn kwaad mij niets schelen. Ik zat er niet mee. Maar er was een pijl van God die op mijn hart zich richtte. Toen zocht ik mijn kamertje op en ik huilde toen niemand het hoorde. En nu doe ik nog heel veel zonde. Maar ik ben als een pelgrim gaan reizen. Bij die andere Vreemdeling heb ik mij aangesloten. Hij nam mij met Zich mee”. Met een vriendelijke groet,
uw ds.J.A.H. Jongkind.