Ga naar de inhoud

Ten slotte

Zondagmorgen hoorden we over het inloopspreekuur te Kapernaüm (Luk. 5: 17-26). De vrienden van een zieke man proberen hem in het huis te brengen waar Jezus onderwijs gaf en zieken genas. Maar het was behoorlijk druk, zowel binnen als buiten. Er was geen doorkomen aan. Dat was een teleurstelling. En nu, tevergeefs, lijkt het. Maar ze geven niet op. Ze zijn bewogen met het lot van hun vriend. Het zijn echte vrienden! Ze sjouwen hem de stenen trap op, maken het dak open en laten hem zakken tot aan de voeten van Jezus. Ze lieten de touwen van het matras los zodra hun vriend voor de voeten van Jezus lag. Nee, ze hielden de touwen niet vast om eerst even af te kijken hoe de Heere Jezus zou reageren, zodat ze hem direct weer omhoog konden hijsen in het geval Jezus hen zou straffen omdat ze via het dak hun vriend bij Hem hadden gebracht. Integendeel, vol vertrouwen lieten ze de touwen los. Hoe is dat met u, met jou en mij? Laten wij de touwtjes van ons leven los om ons over te geven aan de genezende kracht van de Heere? Eigenlijk houden we de touwtjes liever zelf vast, we hebben graag zekerheid. Maar welke zekerheid hebben we dan als we ons leven niet radicaal en totaal overgeven aan God? Het antwoord is ontdekkend: dan hebben we geen enkele zekerheid. Om behouden te zijn en te blijven, moeten we ons elke dag opnieuw tot Christus wenden en daarbij de touwtjes uit handen geven. Als we dat op kunnen brengen, dan zal het eenmaal opklinken uit de mond van deze machtige Heelmeester: Kind, uw zonden zijn u vergeven, uw geloof heeft u behouden. Ik zeg: sta op en kom Thuis!
Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad