We zijn intens dankbaar dat de gebruikelijke kerkdiensten gewoon doorgang mogen vinden. Dat de verkondiging van het evangelie niet gestopt is. Dat we de technische middelen hebben om dat te realiseren en dat Arjan er elke zondag is om de verbinding tot stand te maken. De gemeenschap der heiligen heeft nu een andere vorm gekregen. Met zeven mensen in de kerk. Ons kleine kerkje lijkt nu ineens veel groter. En het went ook wel weer een beetje om thuis op de bank de dienst te volgen. Maar toch… Eén van de broeders merkte zondagavond op dat de eerste zwaluwen weer in zijn stal te zien waren. Het doet me denken aan Psalm 84. ‘Zelfs vindt de mus een huis, o Heer! De zwaluw legt haar jongskens neer in ’t kunstig nest bij Uw altaren’. De Heere zorgt zelfs voor de mussen. Ze hadden vrije toegang tot het huis van God om er te nestelen. Wij voelen ons verbannen uit de kerk, maar voor de mussen en zwaluwen was er een plek. Ik denk aan de schrijver van deze psalm. Zou hij ziek zijn? Of in het buitenland verblijven? Hij heeft een intens verlangen om weer naar de tempel, naar het huis van God te gaan. Hij is heilig jaloers op de vogels. Ervaart u het ook zo? ‘Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt zelfs van verlangen naar de voorhoven van de Heere’. Zondagmorgen hopen we in de voorzang Psalm 84: 1 en 2 te zingen…