Tenslotte: Wij sluiten deze gemeenteberichten af met het beroemde gedicht “Hij droeg onze smarten” van Jacobus Revius (1586-1658).

T` en sijn de Joden niet, Heer Jesu, die U cruysten,
Noch die verradelijck U togen voort gericht,
Noch die versmadelijck U spogen int gesicht,
Noch die U knevelden, en stieten U vol puysten;
T` en sijn de crijchs-luy niet die met haer felle vuysten,
Den rietstock hebben of den hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
Of over Uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten;
Ick bent, o Heer, ick bent die U dit heb gedaen,
Ick ben den zwaren boom die U had overlaen,
Ick ben de taeye streng daermee Ghy ginct gebonden,
De nagel, en de speer, de geesel die U sloech,
De bloet-bedropen croon die Uwen schedel droech:
Want dit is al geschiet, eylaes! Om mijne sonden.

Met een hartelijke groet,

uw ds. J.A.H. Jongkind.