De afgelopen zondagavond ging het over m.n. deze zinsnede uit de catechismus (n.a.v. vraag en antwoord 33):”Zo wij toch ook Gods kinderen zijn”. Als ik het tijdig was tegengekomen, had dit gedicht van Willem de Mérode er nog aan toe gevoegd kunnen worden. Het heet: “Bij het kruis”.

Gij wilt U geven en Gij sterft
voor mij, die dikwijls van U zwerft.
Maar in mijn weergekeerd gemoed
leeft Gij, en leeft Gij mij voorgoed.

Aanzie, aanzie mijns harten rouw
en ken, die U niet kennen wou.
En gun Uw fellen moordenaar
een woord van troost, een enkel maar.

Ik weet wel, dat Gij mij bemint.
Maar ach, een ongehoorzaam kind
zal schreien en niet zijn gerust
eer `t is getroost en afgekust.

Wat wordt Uw bitterheid mij zoet.
O Heer`, er is een honingvloed
voor mij, die overal U zocht
en voor het kruis U vinden mocht.

Met een vriendelijke groet, uw ds. J.A.H. Jongkind.