Ga naar de inhoud

Ten slotte

Vishaak. De discipelen krijgen een belangrijke opdracht: ‘En Hij zei tegen hen: Kom achter Mij aan, en Ik zal u vissers van mensen maken’.(Matth. 4: 19). Het is al weer heel wat jaartjes geleden dat we een Bijbelstudieavond volgden over ‘evangelisatie’. De vraag die zich op zo’n avond dan onmiddellijk aandient is: hoe kom je in aanraking, in gesprek met mensen die de Heere Jezus nog niet kennen? De predikant die de cursus gaf, had daar iets voor bedacht. Op de rever van zijn jasje droeg hij een speldje in de vorm van een goudkleurig vishaakje. Op de meest gekke plekken werd hij hierop aangesproken: in de lift, in de rij voor de kassa, in de wachtkamer. Meneer, ik zie dat u lid bent van een visclub? Ja, zei de predikant dan, gisteren had ik nog beet. Eén van wel zo’n vijfenzeventig kilo, denk ik. Vragend gingen dan de wenkbrauwen omhoog. Op dat moment kon hij een goed woord van zijn Meester spreken. Hij vertelde dat hij predikant was en dat hij ‘visser van mensen’ was. Dat hij de mensen mocht vertellen dat er een Vader in de hemel is die van de mensen houdt, ook van u! Dat de Heere Jezus naar de aarde is gekomen om zondaren te redden. Het waren vaak onverwachte wonderlijke gesprekken. Nu weten wij allemaal wel dat wij geen mensen kunnen ‘vangen’. Mensen laten zich nu eenmaal niet zo gemakkelijk vangen. Maar als de Heilige Geest gaat werken, kunnen mensenlevens zomaar veranderen. Bent u al gevangen in het LEEFnet van de Heere Jezus? Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad