Ga naar de inhoud

Ten slotte

Een nieuw winterseizoen staat voor de deur. Na een seizoen waarin het jaarthema van de HGJB ‘Goed om te horen!’ was, is het ook goed om te benadrukken dat het niet bij horen kan blijven. Wat we vanuit Gods Woord horen, moet leiden tot doen! Het kan niet zo zijn dat we na een Bijbellezing of een preek zeggen: ‘Nou, dat was goed om te horen’, om vervolgens over te gaan tot de oude orde van de dag. Daarom is er als jaarthema voor 2021/2022 gekozen voor ‘Geloven is doen!’ Toch blijft bescheidenheid geboden. De Heere Jezus zegt in Zijn Woord: ‘Zonder Mij kunt ge niets doen’. En dat is ook zo. Wij hebben kleine kracht. Niet handen uit de mouwen, maar handen gevouwen. In alle dingen zijn we afhankelijk van Hem. Dat maakt ons niet vleugellam. Integendeel. Onder Zijn zegen en in Zijn kracht mogen we bouwen aan liefde tot de Heere, liefde tot de naaste, liefde tot onze gemeente en liefde tot Zijn Koninkrijk. Dit doet me denken aan een verhaaltje dat ik eens las: Een oude timmerman was aan zijn pensioen toe. Hij vertelde zijn baas van zijn plannen om de bouw te verlaten en het wat kalmer te gaan doen. Samen met zijn vrouw genieten van de vrije tijd. Hoewel hij in inkomen achteruit zou gaan, zou hij het wel redden en hij was er echt aan toe. Zijn baas vond het jammer om zo’n goede werknemer te zien vertrekken. Hij vroeg hem nog één huis te bouwen, als een persoonlijke gunst. De timmerman ging akkoord, maar het werd al snel duidelijk dat zijn hart er niet meer in lag. Het werd tamelijk rommelig gebouwd en bij de materiaalkeuze keek hij ook niet meer zo krap. Zijn loopbaan had een betere afsluiting verdiend. Toen het huis klaar was, kwam zijn baas het inspecteren. Hij gaf de sleutel aan de timmerman en zei: “Dit is jouw huis, mijn cadeau aan jou”. De timmerman was geschokt en schaamde zich. Als hij geweten had dat hij dit huis voor zichzelf bouwde, dan had hij het wel anders aangepakt… Alles wat we doen is niet vrijblijvend. Is het tot eer van God, tot de opbouw van Zijn koninkrijk. Als we voor onszelf werken, is het honderd procent of meer. En als het voor de Heere is? Zetten we de talenten die we gekregen hebben volop in, of vinden we het al gauw goed. Een gedeelte uit de derde belijdenisvraag luidt: ‘wilt u met de u geschonken gaven meewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus? Wat is daarop uw antwoord? Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad