Ga naar de inhoud

Ten slotte

We mogen terugzien op een goede en gezegende zondag. Tijdens de morgendienst mocht de maaltijd gereed staan en de nodiging uitgaan. In de tekenen van brood en wijn gaf de Heere moed en kracht. En die innerlijke versterking hebben we steeds weer nodig omdat we van onszelf zo zwak zijn. In de prediking stonden we stil bij Psalm 23. Overbekend en toch steeds weer nieuw. De herder die zijn leven inzet voor de hem toevertrouwde schapen. Het wijst naar de Goede Herder Die dit daadwerkelijk gedaan heeft. Zijn leven gegeven om ons het leven, het eeuwige leven te schenken. In de avonddienst was er de voortzetting van de viering voor de andere wijk. In de dienst van dankzegging en nabetrachting was de kerntekst Ps. 32: 8: “Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan; ik geef raad, mijn oog is op u”. Het zijn de woorden van David maar we mogen die ook lezen als de woorden van de grote Davidzoon, de Heere Jezus. Wat een bemoediging dat het oog van de Heere op ons is. Hij ziet ons. Hij kijkt in ons hart en weet wat daarin leeft. Niets is verborgen voor Hem. Dan vragen we elke dag: ‘Wat wilt U dat we doen zullen”? Dan mag Christus in alle vertrekken van ons hart wonen en krijgt Hij overal de regie, zeg maar: de sleutel van elke ruimte. Iemand schreef: Waar Christus woont, daar regeert Hij. Stellen we ons hart open voor Hem? Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad