Ga naar de inhoud

Ten slotte

We leven in een periode dat veel gemeenteleden op vakantie zijn. Vanwege coronamaatregelen gaan we vaker op reis in eigen land. Waar we ook heen gaan, het doet er eigenlijk niet toe, als we vooraf Psalm 121 maar lezen. Met name de laatste twee verzen springen eruit:
De Heere zal u bewaren voor alle kwaad,
Uw ziel zal Hij bewaren.
De Heere zal uw uitgaan en uw ingaan bewaren,
Van nu aan tot in eeuwigheid.

De Psalm spreekt over de bewarende Hand van de Heere. Hij kan je bewaren, waar je ook heen gaat. Het is ook nodig dat we het van Hem verwachten, Hij is immers de ware Koning van de aarde. Psalm 121 is een pelgrimslied. Een pelgrim is iemand die op reis is naar een heilige plaats. Waarschijnlijk bent u of jij deze vakantie niet op weg naar een heilige plaats. Of toch wel? Als je gelooft in God dan ben je wel op weg naar een heilige plaats. Elke dag van je leven ben je onderweg, op doorreis. Je weet dan dat de plek waar je nu bent – of waar je naar toe gaat – niet de eindbestemming is. Maar dat we op weg zijn naar de toekomst, die van de Heere is. Je echte thuis is niet hier op aarde. Paulus zegt het zo: ‘ons burgerschap is in de hemelen, waaruit we ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus’. Ben je al op reis, op reis naar het Vaderhuis? Behouden Thuiskomst toegewenst! Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad