Ga naar de inhoud

Ten slotte

Ruim een jaar geleden stond op deze plaats het volgende stukje: ‘Een familie in ‘lockdown’. Meer dan een jaar! zaten Noach, zijn vrouw en kinderen opgesloten in de ark. Slechts één raam, geen terras, geen internet, geen telefoon, geen TV. Ze hoorden alleen maar de regen en het klotsen van de golven. Ze brachten hun tijd door in gebed, hielden van elkaar en zorgden voor de dieren. God zorgde voor hen, omdat Noach een geloofsman was en Zijn Woord gehoorzaamde. De ark werd een ‘Ark der Behoudenis’. Het is nu juni 2021 en we zijn een jaar verder. De beperkende maatregelen worden in rap tempo afgeschaald. We zien ernaar uit dat we ons weer vrij kunnen bewegen. Ik kan me voorstellen dat dat verlangen bij het gezin Noach nog veel sterker was. Weer voet op vaste bodem! Eindelijk vrij. We weten allemaal dat vergelijkingen vaak mank gaan. Toch kunnen we veel leren van het verhaal van Noach. Het eerste wat Noach deed toen hij uit de ark kwam, was de Heere een offer brengen. Een dankoffer omdat de Heere hem en zijn gezin gespaard had. Brengen wij de Heere de dank omdat wij gespaard zijn gebleven en de pandemie op z’n retour lijkt? In het verspreidingsgebied van onze kerkbode zijn er ook mensen overleden aan het virus. Het is geen gemeente voorbij gegaan. Als ik daar aan denk, val ik stil en weet niets meer te schrijven. Ik kan alleen maar wijzen op dat andere Offer. God Die Zijn Zoon als offer gaf om onze zonden. Het liefste wat Hij had gaf Hij om de weg weer vrij te maken tot de Vader. Martha weent om haar gestorven broer. Maar Jezus troost haar: ‘Ik ben de Opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en een ieder die in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?’ Gemeente, geloven wij dat? Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad