‘Zalig hij die brood zal eten in het Koninkrijk van God’, staat er in Lukas 14: 15 – 24. Christus heeft Zijn discipelen beloofd dat zij met Hem zouden eten en drinken in Zijn Koninkrijk. Zalig zijn zij die zullen aanzitten. Maar wie zijn zij die van dat voorrecht zullen genieten? Christus nodigt er velen. In het evangelie houdt Christus open huis. De knecht wordt erop uit gestuurd om velen eraan te herinneren. Dit is de oproep die ook aan u wordt gedaan. De genode gasten weigeren echter om te komen. Ze begonnen zich te verontschuldigen, ze vonden allen een voorwendsel om de uitnodiging van zich af te schuiven. De één had net een nieuw perceel weiland gekocht, de ander had vee aangekocht en de volgende was pas getrouwd en kon zijn vrouw niet alleen laten. Allen dragen aan dat ze niet kunnen komen, terwijl de waarheid is dat ze niet willen komen. De dienstknecht brengt de boodschap over. De heer des huizes is verdrietig en boos. Maar de Heere Jezus zorgt er Zelf voor dat Zijn tafel toch wordt voorzien van gasten. Ga, zegt Hij tegen Zijn dienstknecht, ga er snel op uit naar de straten en stegen en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier binnen. Breng de gewone bedelaars die van zichzelf niets mee kunnen brengen dan alleen hun gebrek en hun zonden. Velen kwamen, en nóg is er plaats. Opnieuw klinkt zijn roepstem. Ga erop uit naar de landwegen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt. Juist zij die zichzelf arm en gering achten, zijn bij de Heere Jezus meer dan van harte welkom. Verlies geen tijd, er is nog plaats. In Christus is genoeg voor allen en genoeg voor een ieder. Zondag wordt u persoonlijk uitgenodigd voor de maaltijd. En daarom: Kom, stel het niet uit. De Meester Zelf nodigt u. Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad