Ga naar de inhoud

Ten slotte

We leven in de lijdenstijd. In het kerkelijk jaar is dat een bijzondere tijd. Het lijden en sterven van de Heere Jezus en ook Zijn opstanding raakt de kern, het hart van het evangelie. Onze oud-predikant ds. Jongkind vond het preken in de veertigdagentijd altijd heel bijzonder. Alle kerkelijk feestdagen zijn bijzonder, maar met Goede Vrijdag en Pasen komt het toch wel heel dichtbij. De discipel die in deze tijd vaak in de schijnwerper staat is Petrus. Jezus komt langs en laat het oog vallen op twee broers. Eén daarvan is Petrus. Petrus is visser van beroep. En terwijl hij bezig is met zijn werk, wordt hij geroepen. Hij heeft helemaal geen oog voor Jezus, omdat hij op dat moment bezig is met zijn netten te boeten. Maar Jezus heeft wel oog voor hem. Hij ziet hem. En in die blik van Jezus wordt Petrus gevangen. Achter dat zien van Jezus zit een geweldige diepte. Daar zit de eeuwigheid achter. Hij slaat Zijn oog op Petrus, maar ook op ons. Wij worden in Zijn blik gevangen. En dan kan het best zijn dat wij nog helemaal geen oog hebben voor Hem. Wij zijn immers zo druk met onze netten, onze bezigheden. Misschien vraagt u zich af hoe dat gebeurt en hoe dat in zijn werk gaat. Dat kunnen wij nooit verklaren. Het is een wonder dat het evangelie uit Zijn mond ons hart raakt en ons leven ombuigt, zodat wij die roeping niet meer kunnen weerstaan en door de Heilige Geest aan de Heere Jezus verbonden raken. En wij Hem van harte gaan dienen. Wanneer is het met u begonnen? Dat is u misschien weleens gevraagd. Wat hebt u toen geantwoord? Begon het toen u Jezus ging zoeken? Toen u Jezus ging opmerken? Ja, dat is er allemaal van gekomen. Maar het eerste is toch wel dat Jezus u zag. Zijn oog was op u. U bent een parel in Zijn oog. Hij had Zijn leven voor u over. Van harte Gods zegen toegewenst, van huis tot huis,
De kerkenraad