De afgelopen tijd laait door de ‘Black Lives Matter’-beweging de discussie weer op over personen die in het verleden een rol van betekenis gespeeld hebben. Deze personen worden herdacht door een straat of gebouw naar ze te vernoemen, of zij worden met een standbeeld ‘vereerd’. Deze standbeelden worden beklad, vernield of omver gehaald. In ons land gaat het dan bijvoorbeeld om standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, de gouverneur-generaal van de VOC, die leefde eind 16e begin 17e eeuw. In de Bijbel lezen we ook van standbeelden. Eén van die standbeelden, daar wijst de Heere Jezus ons op in Lukas 17: Het standbeeld van de vrouw van Lot. Lot is de neef van Abraham die samen met zijn vrouw en twee dochters uit Sodom gered werd, enkele uren voordat de Heere Sodom en Gomorra en de omliggende steden verwoestte. De engelen waarschuwden hen: “Vlucht voor uw leven, kijk niet achter u en blijf nergens op heel deze vlakte staan!”. De vrouw van Lot was aan deze opdracht ongehoorzaam, keek achter zich en veranderde in een ogenblik in een zoutpilaar, een standbeeld van zout. Eeuwen later herinnert Jezus de menigte aan dat standbeeld van Lots vrouw. Een opmerkelijk standbeeld, want het is niet door mensen gemaakt, maar door de Heere Zelf opgericht. En dan niet om haar te vereren, ook niet om haar dood te betreuren, maar om haar te gedenken. De vrouw van Lot is een waarschuwend voorbeeld. De vrouw van Lot zat zo vast aan het leven in het hier en nu, dat ze er niet van loskwam en bedroefd omkeek naar alles wat voor haar op aarde waarde had. Daarvan getuigt het standbeeld van de vrouw van Lot. Er staat een standbeeld van een verbondskind, dat de wereld waarin zij leefde meer liefhad dan God. Haar naam wordt in de Bijbel niet eens genoemd. Haar zonde wel, dat doet Jezus uit de doeken in de verzen die eraan vooraf gaan. “Zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden.” Dat is de samenvatting van het leven in de dagen van Lot. Het is alleen maar de wereld. En daar zat de vrouw van Lot aan vast. De boodschap komt op u en op mij af: Waar ligt je hart? In de wereld? Of bij God? Als je leeft in de verwachting van de wederkomst van de Heere Jezus, dan staan de dingen van de wereld in een heel ander perspectief. Je leeft wel in de wereld, maar de wereld niet in jou. Want van binnen zit dat verlangen en de hoop naar de stad die fundamenten heeft. En dat verlangen is nu juist wat de vrouw van Lot niet had, en Lots oom Abraham wel. Abraham en de vrouw van Lot. Beiden een verbondskind. Beiden hadden tot het laatst van hun leven uitzicht op een stad: De ene op de stad die fundamenten heeft. De ander de stad Sodom waarvan de fundamenten door vuur vergaan. God heeft er een standbeeld voor opgericht. Gedenk aan de vrouw van Lot!
Hartelijke groet,
De kerkenraad