‘Geen vader sloeg met groter mededogen…….’. Het was niet ‘zomaar’ dat er zondagmorgen door onze gastpredikant over ‘De verloren zoon’ gepreekt werd. En daarbij werd de blik gericht op ‘de Vader’. Weet u, als ik aan mijn jeugd terugdenk, dan zie ik mijn ouders voor me. Daar word ik warm van. Als ik met m’n vader op stap ging, mijn hand in zijn hand, dan voelde ik me intens gelukkig en veilig. Mij kon niets gebeuren, want vader was bij me. Dit heeft mij later geholpen om God als ‘Vader’ te zien. En…. Hij zorgt meer dan een vader kan zorgen en Hij troost meer dan een moeder kan troosten. Hij steekt Zijn doorboorde hand naar ons uit. Wij mogen onze hand in Zijn hand leggen. In zo’n Vader wil ik geloven, Hem wil ik dienen. Geloven is God liefhebben en graag bij Hem zijn. Zoals dat jongetje, dat de kamer van zijn vader binnenging die daar zat te werken. Toen vader hem zag, wuifde hij hem weg, want hij was juist aan het bellen. Een kwartier later ging de deur weer open en stond zijn zoon daar weer. Maar vader was net bezig met iets belangrijks en stuurde hem weer weg. Toen ging de deur voor de derde keer open. Toen vader hem zag, zei hij: “Nou, kom dan maar.” Schoorvoetend ging de jongen naar zijn vader toe, die hem op zijn schoot zette en zei: “Nou, zeg het maar, wat wil je me vragen’? Waarop het ventje antwoordde: ”Ik wil helemaal niets vragen. Ik wil alleen maar bij u zijn”. Kent u dat? Onze hemelse Vader heeft het nooit te druk voor ons. De deur staat altijd open en Hij heeft alle tijd voor u, de eeuwigheid zelfs. ‘Laten we daarom met vrijmoedigheid naderen tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden (Hebr. 4: 16).
Hartelijke groet,
De kerkenraad