‘Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want mijn ziel heeft tot u de toevlucht genomen; ik neem mijn toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels, totdat de rampen voorbij zijn gegaan’ (Ps. 57). We leven in crisistijd. Corona schijnt het voor het zeggen te hebben. Oudere mensen durven hun huizen niet uit, of mogen het verpleeghuis niet verlaten. Een onzichtbare vijand ligt op de loer. Afstand houden dus. Het veiligst ben je thuis, in eigen huis. Hoewel ook dat geen absolute garantie biedt. Geliefden opzoeken is ook bedreigend, te risicovol. Een klein virus dreef ons in een intelligente lockdown. Duizenden mensen zijn besmet en velen al gestorven. David is ook op de vlucht. Voor Saul die hem op de hielen zit. Zijn lockdown was een donkere grot, onvindbaar voor de soldaten van koning Saul. Stil zitten en wachten tot de dreiging voorbij is. Met kloppend hart heeft David zich afgevraagd: hoe loopt dit af? Hij zag maar één uitweg: schuilen onder de vleugelen van God. Wees mij genadig God, wees mij genadig. David deed meer dan wegkruipen. In angst en beven keek hij naar boven, in vast vertrouwen zei hij: ‘bij U heb ik mijn ziel en leven geborgen’. En nu? We weten niet hoe het af gaat lopen. We zijn niet beter dan anderen. Maar één ding mogen we geloven: God zal ons niet verlaten. Zondag morgen mochten we het nog zingen: Die God is ons een God van heil, Hij schenkt uit goedheid zonder peil ons ’t eeuwig zalig leven. Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst geven.
Hartelijke groet,
De kerkenraad