Het coronavirus heeft in een betrekkelijk korte tijd de manier van leven en werken volledig op z’n kop gezet. Thuiswerken, je inkomsten van de ene op de andere dag zien wegvallen, je kinderen begeleiden met het schoolwerk, in de rij staan bij de dokter met anderhalve meter tussenruimte en op zondag bij de kerkradio of voor de computer in plaats van in de kerkbank. Toch mogen we als gemeente ook in de tijd van het coronavirus en in de lijdenstijd de opstandingsdag van Christus vieren. Kerk-zijn zit niet vast aan een gebouw. Het is kerk daar waar de Bijbel opengaat, het Woord wordt verkondigd, uitgelegd en beluisterd. We hebben nu dus heel veel klein kerkjes. Is het niet de Heere Jezus zelf Die zegt dat Hij daar zal zijn waar twee of drie in Zijn Naam bijeen zijn? Wat een voorrecht dat de techniek ons in staat stelt om nu ook op zondag op grote schaal het evangelie in de huiskamer te brengen. Spurgeon zei eens dat in het Evangelie de hemel verborgen ligt, zoals in het mosterdzaadje een boom schuilgaat. Iets van die hemelse glans mag schijnen in de huiskamers. Eigenlijk toch ook wel bijzonder: de kinderen krijgen thuisonderwijs vanuit school en wij allemaal met elkaar krijgen thuis onderwijs uit de Schrift vanuit een bijna lege kerk. Het mag ons aller gebed zijn dat God dat onderwijs wil heiligen aan ons hart. In deze tijd waar elke dag mensen sterven aan deze verschrikkelijke ziekte mag toch een boodschap van hoop klinken: dat de Heere Jezus de Eerstgeborene is uit de doden en dat Hij de dood heeft overwonnen. Dat is onze enige troost bij leven en sterven.
Hartelijke groet,
De kerkenraad