Een paar stille werkers hebben de kerkportalen opgeverfd op het westen. En rondom de kerk is alles weer schoon geblazen. Ik vind het ontroerend hoe u er blijkt van geeft veel van onze gemeente en onze kerk te houden. Wij verheugen ons op de Hemelvaartsdag. Het is de dag van dat Hij voorgegaan is en wij eens Hem zullen volgen. Als opmaat tot het gedenken van de glorie van de Koning halen wij drie strofen aan uit het gedicht “Hemelvaart” van Willem de Mérode (1887-1939):

Nu weet ik, dat Gij zit ten troon
En van mij spreekt bij Uwen Vader.
O, wat komt nu mijn hart Hem nader!
Mijn Broeder is Zijn Zoon!

`t Is maar een weinig donkerheid.
`k Zie reeds der wolken randen
Van goud en zilver branden,
Wijl Gij er achter zijt.

Straks, plotseling, rijst Uw gezicht.
En ik zal met U blinken.
Mij overzinken
De stroomen van Uw licht.

Met een vriendelijke groet, mede namens mijn vrouw en de kerkenraad,
uw ds. J.A.H. Jongkind.