De bij zijn leven al legendarische ds. J.T. Doornenbal (het langste stond hij in Oene) zei: “De zonnigen en gelukkigen, de sterken en geslaagden, de goeden en evenwichtigen, de kerkelijken en rechtzinnigen kunnen zichzelf wel redden. Maar de armen en gekneusden, de kreupelen en verminkten, die wegschuilen in de heggen en steggen, aller uitvaagsel en afschrapsel, al wat geestelijk en kerkelijk en maatschappelijk underdog is, dat heeft onze deernis nodig… Er is nog overal een volk in nood en lijden, ook vlakbij”. Deze taal is oud en apart. Maar de inhoud van dit fragment uit 1965 is nog altijd volkomen helder en heeft ons met het oog op het Avondmaal veel te zeggen. Met een vriendelijk groet,
uw ds. J.A.H. Jongkind.