Ik kan het niet laten om ook nu weer met een (fragment van) een gedicht van Willem de Mérode (1887-1939) af te sluiten. Het is de tweede strofe van het gedicht “Voorjaar”.

De menschen zijn weer jong geworden.
Hun stap, gebaren en gelaat,
Ook van de droeven en verdorden,
Zijn moediger; en het gepraat
Van de verstilden en de zachten
Doortintelt soms een ijl gelach.
Zelfs woorden zwaar van plichtbetrachten
Gaan veerend onder lichte vlag.

Met een vriendelijke groet,
uw ds. J.A.H. Jongkind.