Wij sluiten dit bericht af met het gedicht “Goede vrijdag” van Willem de Mérode (1887-1939):

God, heftiglijk in toorn ontstoken,
Heeft alle zonden, ooit gedaan,
Vandaag uw schoud`ren opgelaân,
En onze schuld aan U gewroken.

Hij, in zijn gramschap weggedoken,
Weigert uw jammer ga te slaan.
Hij dooft de zon en bluscht de maan,
De hel is joelend losgebroken.

O God, die Gods nabijheid derft,
Voor ons als een verdoemde sterft,
Wil mij één blik van liefde geven.

Opdat ik in ellende en rouw
Niet reddeloos verderven zou
Maar U beminnen en nieuw leven.

Met een vriendelijke groet,
uw ds. J.A.H. Jongkind.