De vorige week donderdag, 17 juni, is in het ziekenhuis in Dordrecht overleden mevr. Maria IJzerman-Brandwijk. Zij werd 84 jaar oud. Ons overkomt een gevoel van weemoed, als we denken aan dit sterven. Een bekende gestalte is zij al zo heel lang geweest in ons dorp. Zij had weliswaar geen kinderen; maar zij laat onder de wel zeer met haar meegeleefd hebbende buren en vrienden toch een grote leegte achter. En ze hoorde er kerkelijk echt ook helemaal bij. Ze volgde de diensten via de kerkradio; en ze wist: “Daar moet ik het van hebben”. Altijd is ze, ook na het overlijden van haar man in 1986 en van haar vader in 1991, toch nog wel weer erg dapper geweest. En ze zwaaide hartelijk naar een ieder van degenen die ze kende die voorbij kwam. Op 16 aug. was ze jarig. En dan hadden we het nogal eens over het haar geliefde Elspeet waar ze dan meestal alweer geweest was en waar ze in het naseizoen ook nog weer heen hoopte te gaan. En soms maakte ze per boot een wat grotere reis. En we dachten dan na over de grote, laatste reis die wij, mensen, eenmaal maken. Want wij moeten, als God roept, er zijn. De afgelopen dinsdag hebben wij het lichaam van de overledene ter aarde besteld. Bij de rouwplechtigheid dachten wij na over het woord van Ps.119:19: “Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet”. Het leven in de vreemdelingschap is een moeilijk leven. Maar een alleen maar somber leven is zo`n leven toch niet. Maar we hebben ons vaderland, als we een vreemdeling zijn geworden, boven. Dat is ons thuisland, omdat ook de Heere Jezus daar is. Hij was zelf ook een vreemdeling op deze aarde. En zo heeft Hij ervoor gezorgd, dat er voor ons, Gods weggelopen kinderen, weer een plaats bij de Vader zou zijn. Gemeente, ook dit sterven dringt er bij ons op aan om de God te zoeken nu het nog de genadetijd is.