Op maandag 26 april nam de Heere uit ons midden weg Gerrit van der Wal. Hij werd 60 jaar. Al enkele jaren was hij ziek en onderging hij kuren. Maar stil zitten was niet zijn aard. Hij was een bouwer, had twee rechtse handen. Als timmerman en metselaar verdiende hij de kost voor zijn gezin. In zijn vrije tijd was hij actief in de commissie van bijstand. De uitbreiding van de Wegwijzer werd mede door hem gerealiseerd. Samen met zijn vrouw Aafke kreeg hij zes kinderen uit een ander land. Voor hem was dat niet moeilijk. Het waren zijn kinderen en hij ging ervoor. En dat was wederzijds. Gerrit was echt hun vader, ze hielden van hem en waren trots op hem. En wat was Gerrit blij met z’n kleinkinderen. Na de bouw kreeg hij werk als vrachtwagenchauffeur. Maar dat mocht niet lang duren, Hij werd ziek, maar bleef actief. Voor z’n kinderen, voor de kerk, voor de Overbuurman, niets was hem teveel. Nog maar enkele weken geleden was hij erbij toen we begonnen met de sloop van de pastorie. Als ‘deskundige’ gaf hij aan wat en hoe het moest gebeuren. Ondanks zijn beperkte energie, bleef hij doorgaan. Dit was kenmerkend voor hem. Gerrit was niet een man die het hart op de tong droeg. Hij was meer een doener dan een prater. Toen hij enkele weken geleden corona en longontsteking kreeg, moest hij opgenomen worden in het EMC. De psalmist zegt in Ps. 118 ’Ik werd benauwd van alle zijden’. Dit overkwam ook Gerrit letterlijk. Voordat de doctoren hem in slaap brachten, schreef hij een brief aan zijn gezin. Met een tekst die hem aangreep: ‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is een gave van God (Efe. 2: 8)’. In de afscheidsdienst, die afgelopen maandag voor de begrafenis plaatsvond, stonden we hierbij stil. Het is altijd heel ingrijpend als een man, een vader, een broer en vriend ons ontvalt. Veel komt er dan op je af. We bidden voor Aafke en de kinderen. Wat een gemis. En later wordt dat gemis nog veel meer gevoeld en beleefd. Wie kan hier troosten? Niemand dan de Heere alleen. Hij ziet alle moeite en verdriet. Hij zorgt. We mogen dagelijks dit grote verdriet voor de Heere neerleggen en vragen: ‘Heere, alleen kan ik niet verder, houdt Gij mijn handen beide, met kracht omvat’. We denken ook aan Aafkes moeder, mevr. Mourik. Zij ziet hoe de tijd zich herhaalt, zoals ze zei. Ook zij moest op dezelfde leeftijd haar man missen. Ook voor zwager en schoonzus Arie en Nel Mourik is dit heel wat. De gedachten vermenigvuldigen zich. Gemeente, wij weten niet hoeveel tijd ons nog rest. Ook onze tijden zijn in Zijn hand. Daarom is het zo nodig dat we ons voorbereiden op onze laatste levensreis. Eens komt ook voor ons het uur van sterven. Houden we er rekening mee? Kennen we – door een levend geloof – Christus als de Opstanding en het Leven? Wie in Hem gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Zoek de Heere en leef!