En terwijl Hij de handen op hen legde, zegende Hij hen. Markus 10: 16. De kerkenraad heeft nagedacht over handoplegging bij de bevestiging van ambtsdragers. De Heere roept een ambtsdrager voor een bijzondere taak in de gemeente. De Heere wil hem daarbij leiden door Zijn Heilige Geest. Hij maakt hem voor zijn ambt bekwaam. En onder de zegende hand van de Heere mag een ambtsdrager zijn werk tot eer van God en tot zegen van de gemeente doen. In de bijbel vinden we veel voorbeelden van handoplegging. Mensen krijgen de handen opgelegd als zij door de Heere in dienst worden genomen. Jozua ondergaat de handoplegging op het moment dat hij de taak van Mozes overneemt. De Levieten krijgen de handen opgelegd als zij geroepen worden om in de tempel werkzaam te zijn. De gemeente van Antiochië legt Paulus en Barnabas de handen op om hen te wijden aan hun zendingsopdracht. De zeven diakenen in Jeruzalem worden tot armenverzorgers aangesteld, terwijl ze de handen opgelegd krijgen. Timothéüs wordt ‘(lerend)ouderling’ met oplegging van het ouderlingschap. En zo ontvangen zij een speciale opdracht binnen Gods Koninkrijk. In onze gemeente kennen we de handoplegging bij de inzegening van het huwelijk en bij het doen van belijdenis. De kerkenraad heeft besloten dit nu ook bij de bevestiging van ambtsdragers te doen.