Wij hopen de komende zondag de voorbereiding op het Heilig Avondmaal te houden. Uit het recent door “de Banier” uitgegeven boekje “Vergoten voor u”, neem ik een aantal gedachten over van een bijdrage van R.M. McCheyne: “Wij behoren onszelf heilig te wantrouwen, opdat we niet op een onwaardige manier aan het Avondmaal komen. We mogen niet zó twijfelen aan onze staat dat onze vreugde in God gedoofd, onze hoop op Christus weggenomen wordt en schrik ons vervult. Maar we moeten wel zo`n heilig wantrouwen hebben tegenover onszelf, dat we nederig blijven en ons verre houden van alle zelfbedrog en zelfvertrouwen. Wij hebben altijd reden om ons te verootmoedigen, omdat we onwaardig zijn om tot het Avondmaal te komen. Als wij zelfs maar de minste van Gods gunstbewijzen onwaardig zijn, hoe onwaardig zijn we dan het Avondmaal dat álle gunstbewijzen van God in zich heeft. Mensen nodigen anderen uit tegenover wie ze verplichtingen hebben, of van wie ze iets verwachten. Maar Christus is in geen enkel opzicht iets aan ons verschuldigd. Hij kan ook niet door ons welgedaan worden. Onze goedheid raakt niet tot Hem (Ps.16:2). En tóch nodig Hij ons uit! Hebben wij niet veel meer reden om ons neer te buigen dan Mefibóseth die zei: “Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een dode hond, als ik ben?” (2 Sam.9:8).